Er zijn momenten waarop een muzikant niet langer tevreden is met het instrument dat hij heeft gekregen. Niet omdat het instrument slecht is — integendeel. Soms is het juist omdat de muzikant zoveel mogelijkheden ziet, dat hij tegen de grenzen ervan botst.
Dat gebeurde bij harpist Remy van Kesteren. Hij had de top van de klassieke harpwereld bereikt: prijzen gewonnen, grote zalen bespeeld, internationaal erkend. Maar ergens onderweg ontstond een ongemakkelijke vraag:
“Kan deze harp eigenlijk wel alles vertellen wat ik wil vertellen?”
En uit die vraag ontstond een instrument dat eigenlijk niet kon bestaan.
Een harpist die verder wilde dan de harp
Van jongs af aan was Remy gefascineerd door de harp. Hij werd geraakt door de bijzondere combinatie van kwetsbaarheid en kracht: een harp kan fluisteren, maar ook een hele ruimte vullen.
Hij werd opgeleid in de klassieke traditie. Daarin bestaat een enorm repertoire, maar ook een bepaalde beperking: de moderne concertharp heeft een lange geschiedenis en is in de basis nauwelijks veranderd.
Voor veel harpisten was dat geen probleem.
Maar Remy keek anders naar het instrument.
Hij wilde niet alleen bestaande muziek uitvoeren. Hij wilde componeren, experimenteren, muziek maken die tussen klassiek, pop, elektronica en nieuwe klankwerelden in zat.
De harp moest niet alleen een prachtig klassiek instrument zijn.
Hij moest een compleet muzikaal universum kunnen worden.
Maar toen kwam hij een praktisch probleem tegen.
De vraag: “Kan de harp lager?”
Een piano heeft een enorm bereik: van diepe bastonen tot hoge, sprankelende noten. Een concertharp komt daar dichtbij, maar mist bepaalde lage tonen.
Vooral die diepe klanken bleven Remy bezighouden.
Hij bewerkte muziek die oorspronkelijk voor piano geschreven was en liep steeds tegen hetzelfde obstakel aan: sommige passages vroegen om een laag register dat de harp simpelweg niet had.
Zijn vraag aan een harpbouwer was daarom eigenlijk eenvoudig:
“Kunnen we de harp uitbreiden zodat ze die lage tonen ook kan spelen?”
Op papier leek het een kleine aanpassing.
In werkelijkheid was het een enorme uitdaging.
Waarom kon het niet gewoon?
Een harp is geen kast waar je zomaar wat extra snaren aan toevoegt.
Elke snaar trekt met grote kracht aan de klankkast. De vorm van de harp, de dikte van het hout, de kromming van de hals en de stevigheid van de zuil zijn allemaal precies op elkaar afgestemd.
Meer snaren betekent meer spanning.
En meer spanning betekent dat het hele instrument opnieuw bekeken moet worden.
De bestaande harp was ontworpen voor een bepaald evenwicht. Extra lage tonen toevoegen kon de constructie, de resonantie en de klank veranderen.
Het probleem was dus niet alleen:
“Kunnen we meer noten toevoegen?”
De echte vraag was:
“Kunnen we een harp bouwen die deze nieuwe mogelijkheden aankan zonder haar karakter te verliezen?”
Van aanpassen naar opnieuw uitvinden
Samen met een gespecialiseerde harpbouwer besloot Remy daarom niet om een bestaande harp een beetje te veranderen.
Ze gingen een stap verder.
Ze gingen opnieuw ontwerpen.
Het idee was niet om de oude harp te verbeteren, maar om te onderzoeken hoe een moderne harp eruit zou kunnen zien.
Er werd jarenlang gezocht naar de juiste balans tussen traditie en vernieuwing.
De harp moest groter worden in mogelijkheden, maar niet haar ziel verliezen.
De warmte, de helderheid en de menselijke klank moesten behouden blijven.
De geboorte van de Réus 49
Het resultaat kreeg de naam:
Réus 49.
Een harp met 49 snaren — twee meer dan de grootste traditionele concertharpen — maar vooral een instrument dat opnieuw was uitgedacht.
De extra lage tonen gaven de harp meer diepte en kracht. De klankwereld werd groter.
Maar het ging niet alleen om het bereik.
De nieuwe harp kreeg ook mogelijkheden die aansloten bij Remy's manier van muziek maken. Ze kon krachtiger worden versterkt, bood nieuwe manieren om met klank om te gaan en maakte ruimte voor een muzikale stijl die verder ging dan de klassieke traditie.
Het was geen gewone harp met een paar extra mogelijkheden.
Het was een nieuwe generatie harp.
Een instrument dat zijn eigen speler moest leren kennen
Toen Remy de Réus 49 voor het eerst bespeelde, voelde het instrument bijna als een nieuw wezen.
Niet omdat het hem meteen alles gaf wat hij wilde, maar omdat het zoveel mogelijkheden bood dat hij opnieuw moest ontdekken wat ermee kon.
Dat is misschien wel het mooiste detail van het verhaal.
Hij vroeg niet om een instrument dat hem gemakkelijker maakte wat hij al deed.
Hij vroeg om een instrument dat hem zou uitdagen.
Een nieuwe harp betekende ook een nieuwe muzikale taal zoeken.
De grenzen verdwenen, maar daarmee verdwenen ook de oude zekerheden.
Waarom deze herontwerping belangrijk was
De Réus 49 werd meer dan alleen het persoonlijke instrument van één muzikant.
Het werd een voorbeeld van hoe traditionele instrumenten opnieuw bekeken kunnen worden.
Eeuwenlang was de gedachte:
De muzikant moet zich aanpassen aan het instrument.
Remy draaide dat om.
Wat als het instrument zich óók mag aanpassen aan de muzikant?
De harp werd niet vervangen. Haar geschiedenis werd niet weggegooid.
De ziel bleef behouden: hout, snaren, resonantie en de menselijke aanraking.
Maar de deur werd verder opengezet.
Het grotere verhaal
Misschien gaat dit verhaal uiteindelijk niet alleen over een harp.
Het gaat over kunstenaars die weigeren te accepteren dat iets “nu eenmaal zo hoort”.
Remy van Kesteren keek naar een instrument met een eeuwenoude geschiedenis en stelde een eenvoudige, maar krachtige vraag:
“Waarom kan het eigenlijk niet anders?”
Het antwoord was eerst:
Omdat niemand het ooit zo gebouwd heeft.
En uiteindelijk werd dat precies de reden waarom het wél kon.
Want soms ontstaat vernieuwing niet doordat iemand een oud systeem verlaat.
Soms ontstaat het doordat iemand genoeg van een instrument houdt om te zeggen:
“Ik denk dat je meer in je hebt.”





